De bedrijven vroegen aan consultancybedrijf Fehr & Peers om de hoeveelheid afgelegde kilometers met een voertuig voor de ritjesdienst te vergelijken met de totale hoeveelheid afgelegde kilometers in een zestal Amerikaanse steden. Bedoeling is om uit te vissen welk percentage van het verkeer in deze steden te danken is aan de apps.

En dat is meer dan verwacht. Voor de studie keek het concultancybureau naar Boston, Chicago, Los Angeles, San Francisco, Seattle en Washington DC. Ze maakten daarbij het onderscheid tussen de brede regio en de 'kern' van de regio, meestal de binnenstad, waar de hoogste concentratie jobs zich bevinden. De studie becijferde dat in een bredere buitenregio, Uber en Lyft zo'n 1 tot 3 procent van alle afgelegde kilometers voor zich nemen. In binnensteden is dat echter veel meer. Voor San Francisco, waar beide diensten opgestart werden en ze dus ook redelijk populair zijn, nemen de apps 13,4 procent van alle afgelegde kilometers voor zich. Voor Boston is dat 8 procent, en in Washington 7,2 procent.

Ritjesdiensten komen nog lang niet aan het percentage van privaat afgelegde kilometers, maar blijken dus wel een stevig onderdeel van het verkeer op de weg uit te maken. Bovendien berekende de studie dat 54 tot 62 procent van dat verkeer gebeurt met een effectieve persoon op de achterbank. Een derde van het verkeer gegenereerd door Uber en Lyft is dus 'leeg', het gaat daarbij dus om auto's die wachten op een klant, of naar een volgende klant rijden. De conclusie lijkt dan ook dat ritjesdiensten extra verkeer genereren, in plaats van het te verminderen.

Uber en Lyft krijgen al langer de kritiek dat ze verkeer net drukker maken maar hebben dat, tot nu, altijd tegengesproken. Met deze studie, uit eigen huis, moeten ze een en ander wel toegeven. Daarbij moet wel gezegd dat een bedrijf als Uber al langer probeert breder te gaan, met onder meer deelsteps, fietsen en een link naar het openbaar vervoer. Of hen dat ook vrijwaart van verdere kritiek op hun zakenmodel, is een andere vraag.