Of het nu Samsung, Huawei of Apple is die een nieuwe smartphone voorstelt: op het moment van de aankondiging gaat het vrijwel altijd om het krachtigste toestel 'that money can buy'. Met de Huawei P40 is dat niet anders, al moeten we meteen een onderscheid maken tussen de 'gewone' P40, de P40 Pro en het absolute paradepaardje, de P40 Pro+. Het zijn overigens allemaal toestellen die klaar zijn voor 5G en de nieuwe Wi-Fi 6 Plus-standaard, dankzij de Kirin 990-chip.

De twee Pro-versies hebben het meest met elkaar gemeen, de specificaties van de instap-P40 zijn vanzelfsprekend wat minder indrukwekkend, maar nog altijd zeer op niveau. Twee dingen die meteen opvallen: de instap-P40 heeft een klassiek scherm (als je dat van een oled-scherm kan zeggen), de andere twee toestellen een display dat aan de zijkanten gebogen afloopt. Er is ook een klein verschil in scherpte: 2.340 x 1.080 pixels voor het basismodel met 6,1-inch scherm, 2.640x 1.200 beeldpunten voor de hogere versies die een display van 6,58-inch in de strijd werpen. We noteren ook dat de Pro en Pro+ een schermfrequentie van 90Hz bieden, versus 60Hz voor de Huawei P40. In bepaalde applicaties zou dat voor vloeiendere beelden moeten zorgen.

De nieuwe P40-serie van Huawei., Huawei
De nieuwe P40-serie van Huawei. © Huawei

5 plus 2 camera's

Het belangrijkste onderscheid zit 'm evenwel in de gebruikte cameratechnologie: van P40 naar P40 Pro+ hebben de toestellen aan de achterzijde respectievelijk drie, vier en liefst vijf camera's. Het instapmodel beschikt over een groothoek, een ultragroothoek en een telelens met 3x optische zoom. De P40 Pro biedt vijf keer optische zoom en voegt een tof-sensor toe (time-of-flight, voor diepteregistratie). Het absolute vlaggenschip P40 Pro+ gooit er zelfs twee telelenzen tegenaan, met 3x en 10x zoom. Omdat die ook nog eens kunnen samenwerken, zijn volgens Huawei (digitale) zooms mogelijk tot 100x. Een kunstje dat de Samsung Galaxy S20 overigens ook machtig is.

Minstens zo belangrijk bij de P40-serie is de primaire camerasensor van 50 megapixel. Die is met 1/1.28-inch zowel groter als krachtiger dan de 40 MP-sensor van de Huawei P30 (formaat: 1/1.7 inch). Vier pixels worden door de P40-toestellen samengesmolten toe één pixel met extra beeldinformatie, wat zou moeten resulteren in nog betere kiekjes met een gecombineerde resolutie van 12,5 megapixel. Huawei bracht bovendien heel wat softwarematige verbeteringen aan, zoals extra aandacht voor huidkleuren en -texturen, de belichting van gezichten en meer detail in de haren. Verder onthouden we de automatische, door AI aangedreven scènekeuze voor een zevental sporten (van voetbal over tennis tot ballet) en tien gezichts- of lichaamsuitdrukkingen, evenals de mogelijkheid om hinderlijke passanten op de achtergrond met een druk op de knop uit de opname te kegelen.

Zoals op de foto's bij dit artikel goed te zien is, aan de wat bredere 'notch', beschikken de Pro en Pro+ uitvoeringen van de P40 ook nog eens over een dubbele frontcamera. Het gaat daarbij om een exemplaar van 32 megapixel met daarnaast wederom een dieptesensor, die vooral nuttig is voor portretfoto's met bokèh-effect (de onscherpe achtergrond). Op de 'gewone' P40 ontbreekt die tweede sensor. De 'dual frontcamera' op de toptoestellen beschikt over auto-focus en is voorts in staat om te filmen in 4K-kwaliteit aan 60fps.

Zonder Google

Na de Mate 30-serie is de P40-reeks Huaweis tweede generatie smartphones zonder de apps en diensten van Google. Meer over de consequenties daarvan kon je al lezen in onze review van de Huawei Mate 30 Pro, eerder dit jaar. In dat artikel voorspelden we ook dat Huawei in hoog tempo zou gaan proberen om een toekomst te creëren, waarin het niet meer afhankelijk is van spelers als Google of van overheden die allerlei sancties kunnen opleggen.

Wat vind je op een bepaald moment belangrijker? Dat er vijf in plaats van slechts twee streamingdiensten beschikbaar zijn, óf toch het design, de prestaties en de camera's van de smartphone?

Sinds dat artikel is er op dat vlak al best veel gebeurd. Huawei pompt om te beginnen veel energie en geld in zijn eigen AppGallery (de tegenhanger van de Google Play Store) die gaandeweg steeds beter gevuld raakt, ook al is er nog een hele lange weg te gaan. Voor diensten die nog ontbreken, introduceert Huawei in een opvallend hoog tempo alternatieven. Zo zag deze week Huawei Muziek het levenslicht in België en Nederland, een streamingdienst die het moet opnemen tegen concurrenten als Spotify en Apple Music, die op een Huawei-toestel dus niét beschikbaar zijn (want enkel te downloaden via Google Play). Bijna vermeldden we ook Deezer in dat rijtje, maar wat blijkt? Deze Franse streamingdienst, in België ook tamelijk populair, prijkt wél al in de AppGallery van Huawei. Een interessante evolutie. Want wat vind je op een bepaald moment belangrijker? Dat er vijf in plaats van slechts twee (eveneens prima) streamingdiensten beschikbaar zijn, óf toch het design, de prestaties en de camera's van de smartphone?

Hey Celia?

En het is Huawei menens met het uitrollen van nieuwe diensten. Donderdag onthulden de Chinezen bijvoorbeeld ook (Hey) Celia, de eigen spraakassistent van het bedrijf. De Google Assistent is immers verboden terrein wegens het Amerikaanse handelsverbod. Uiteraard spreekt Celia in deze beginfase nog geen Nederlands, maar dat komt wel. Engels en Frans worden wel al ondersteund, zij het nog niet in elke regio.

Met Meetime lanceert Huawei dan weer een videotelefonie-alternatief voor Apples FaceTime en Google Duo, Huawei Video kan op zijn beurt uitgroeien tot concurrent voor Netflix of YouTube, en het zou ons niet verbazen als Huawei binnenkort uitpakt met een Google Maps-alternatief dat wordt aangedreven door het Nederlandse TomTom. Zoals gezegd: er is nog een lange weg te gaan, maar Huawei lijkt goed bezig. Het bedrijf zorgde donderdag alvast voor meer niet-corona-gerelateerd nieuws dan alle andere technologiespelers bij elkaar, en dat wil dezer dagen toch wel wat zeggen.

Richtprijzen en verschijningsdata:

P40: vanaf 799 euro (8 GB RAM/128 GB opslag), vanaf 7 april

P40 Pro: vanaf 999 euro (8 GB RAM/256 GB opslag), vanaf 7 april

P40 Pro+: vanaf 1.399 euro, 12 GB/512 GB opslag), vanaf 20 juni

Of het nu Samsung, Huawei of Apple is die een nieuwe smartphone voorstelt: op het moment van de aankondiging gaat het vrijwel altijd om het krachtigste toestel 'that money can buy'. Met de Huawei P40 is dat niet anders, al moeten we meteen een onderscheid maken tussen de 'gewone' P40, de P40 Pro en het absolute paradepaardje, de P40 Pro+. Het zijn overigens allemaal toestellen die klaar zijn voor 5G en de nieuwe Wi-Fi 6 Plus-standaard, dankzij de Kirin 990-chip.De twee Pro-versies hebben het meest met elkaar gemeen, de specificaties van de instap-P40 zijn vanzelfsprekend wat minder indrukwekkend, maar nog altijd zeer op niveau. Twee dingen die meteen opvallen: de instap-P40 heeft een klassiek scherm (als je dat van een oled-scherm kan zeggen), de andere twee toestellen een display dat aan de zijkanten gebogen afloopt. Er is ook een klein verschil in scherpte: 2.340 x 1.080 pixels voor het basismodel met 6,1-inch scherm, 2.640x 1.200 beeldpunten voor de hogere versies die een display van 6,58-inch in de strijd werpen. We noteren ook dat de Pro en Pro+ een schermfrequentie van 90Hz bieden, versus 60Hz voor de Huawei P40. In bepaalde applicaties zou dat voor vloeiendere beelden moeten zorgen.Het belangrijkste onderscheid zit 'm evenwel in de gebruikte cameratechnologie: van P40 naar P40 Pro+ hebben de toestellen aan de achterzijde respectievelijk drie, vier en liefst vijf camera's. Het instapmodel beschikt over een groothoek, een ultragroothoek en een telelens met 3x optische zoom. De P40 Pro biedt vijf keer optische zoom en voegt een tof-sensor toe (time-of-flight, voor diepteregistratie). Het absolute vlaggenschip P40 Pro+ gooit er zelfs twee telelenzen tegenaan, met 3x en 10x zoom. Omdat die ook nog eens kunnen samenwerken, zijn volgens Huawei (digitale) zooms mogelijk tot 100x. Een kunstje dat de Samsung Galaxy S20 overigens ook machtig is.Minstens zo belangrijk bij de P40-serie is de primaire camerasensor van 50 megapixel. Die is met 1/1.28-inch zowel groter als krachtiger dan de 40 MP-sensor van de Huawei P30 (formaat: 1/1.7 inch). Vier pixels worden door de P40-toestellen samengesmolten toe één pixel met extra beeldinformatie, wat zou moeten resulteren in nog betere kiekjes met een gecombineerde resolutie van 12,5 megapixel. Huawei bracht bovendien heel wat softwarematige verbeteringen aan, zoals extra aandacht voor huidkleuren en -texturen, de belichting van gezichten en meer detail in de haren. Verder onthouden we de automatische, door AI aangedreven scènekeuze voor een zevental sporten (van voetbal over tennis tot ballet) en tien gezichts- of lichaamsuitdrukkingen, evenals de mogelijkheid om hinderlijke passanten op de achtergrond met een druk op de knop uit de opname te kegelen.Zoals op de foto's bij dit artikel goed te zien is, aan de wat bredere 'notch', beschikken de Pro en Pro+ uitvoeringen van de P40 ook nog eens over een dubbele frontcamera. Het gaat daarbij om een exemplaar van 32 megapixel met daarnaast wederom een dieptesensor, die vooral nuttig is voor portretfoto's met bokèh-effect (de onscherpe achtergrond). Op de 'gewone' P40 ontbreekt die tweede sensor. De 'dual frontcamera' op de toptoestellen beschikt over auto-focus en is voorts in staat om te filmen in 4K-kwaliteit aan 60fps.Na de Mate 30-serie is de P40-reeks Huaweis tweede generatie smartphones zonder de apps en diensten van Google. Meer over de consequenties daarvan kon je al lezen in onze review van de Huawei Mate 30 Pro, eerder dit jaar. In dat artikel voorspelden we ook dat Huawei in hoog tempo zou gaan proberen om een toekomst te creëren, waarin het niet meer afhankelijk is van spelers als Google of van overheden die allerlei sancties kunnen opleggen.Sinds dat artikel is er op dat vlak al best veel gebeurd. Huawei pompt om te beginnen veel energie en geld in zijn eigen AppGallery (de tegenhanger van de Google Play Store) die gaandeweg steeds beter gevuld raakt, ook al is er nog een hele lange weg te gaan. Voor diensten die nog ontbreken, introduceert Huawei in een opvallend hoog tempo alternatieven. Zo zag deze week Huawei Muziek het levenslicht in België en Nederland, een streamingdienst die het moet opnemen tegen concurrenten als Spotify en Apple Music, die op een Huawei-toestel dus niét beschikbaar zijn (want enkel te downloaden via Google Play). Bijna vermeldden we ook Deezer in dat rijtje, maar wat blijkt? Deze Franse streamingdienst, in België ook tamelijk populair, prijkt wél al in de AppGallery van Huawei. Een interessante evolutie. Want wat vind je op een bepaald moment belangrijker? Dat er vijf in plaats van slechts twee (eveneens prima) streamingdiensten beschikbaar zijn, óf toch het design, de prestaties en de camera's van de smartphone?En het is Huawei menens met het uitrollen van nieuwe diensten. Donderdag onthulden de Chinezen bijvoorbeeld ook (Hey) Celia, de eigen spraakassistent van het bedrijf. De Google Assistent is immers verboden terrein wegens het Amerikaanse handelsverbod. Uiteraard spreekt Celia in deze beginfase nog geen Nederlands, maar dat komt wel. Engels en Frans worden wel al ondersteund, zij het nog niet in elke regio.Met Meetime lanceert Huawei dan weer een videotelefonie-alternatief voor Apples FaceTime en Google Duo, Huawei Video kan op zijn beurt uitgroeien tot concurrent voor Netflix of YouTube, en het zou ons niet verbazen als Huawei binnenkort uitpakt met een Google Maps-alternatief dat wordt aangedreven door het Nederlandse TomTom. Zoals gezegd: er is nog een lange weg te gaan, maar Huawei lijkt goed bezig. Het bedrijf zorgde donderdag alvast voor meer niet-corona-gerelateerd nieuws dan alle andere technologiespelers bij elkaar, en dat wil dezer dagen toch wel wat zeggen.