'Move fast and break things'. Het is een van de mantra's van Silicon Valley, en tot 2014 het semi-officiële motto van Facebook. Maar u hoort het al een tijdje niet meer. Misschien omdat er de laatste jaren iets te veel gebroken werd.
...

'Move fast and break things'. Het is een van de mantra's van Silicon Valley, en tot 2014 het semi-officiële motto van Facebook. Maar u hoort het al een tijdje niet meer. Misschien omdat er de laatste jaren iets te veel gebroken werd. Technologie, toch het soort dat door Silicon Valley wordt gepromoot, lijkt veel van zijn pluimen verloren. Dat is al enkele jaren aan de gang, onder meer door schandalen rond #metoo, Theranos en Cambridge Analytica, maar 2018 bevestigt dat alleen maar. De sector is opgegroeid en blijkt, alle goede voornemens ten spijt, niet veel beter dan al die andere industriële sectoren. Het idee was nochtans leuk. Move fast and break things is zo'n slogan die ongeveer dezelfde energie oproept als 'het is beter om vergiffenis te vragen dan te wachten op toestemming'. Het spreekt van snelheid, wendbaarheid, creatieve dingen doen en de stoffige bureaucratie een hak zetten. Het is het motto van een politieman uit een jaren- tachtig-film die de regels aan zijn zwartlederen laars lapt, maar uiteindelijk wel de slechterik vangt. Het idee is dat je misschien niet de klassieke stappen volgt, maar dat je uiteindelijk wel de wereld beter maakt. Disruption, weet u wel. Oude, logge industrieën overhoop halen door het beter te doen, door de ervaring makkelijker, goedkoper, meer 'seamless' te maken. Voor wie? Voor degene die het geld heeft, uiteraard. Dat de reputatie van IT een knauw krijgt, heeft misschien te maken met het feit dat we nu de gevolgen van al die disruptie beginnen te zien. Op de privacy, bijvoorbeeld, of op de democratie. En op mensen die geen high-end klant zijn.Een voorbeeld: Airbnb. Het platform dat mensen toelaat hun appartement te verhuren aan toeristen, is een geweldige dienst voor wie snel een paar dagen naar Londen of Amsterdam wil reizen. Het blijkt echter ook voor een huizencrisis te zorgen, onder meer in Dublin en Barcelona. Huiseigenaars kunnen namelijk meer verdienen door hun kamers per dag te verhuren, dan door ze aan te bieden aan huurders die er willen wonen. Daardoor stijgen de huurprijzen en worden veelal armere mensen uit de stad gedrukt. Nog eentje? Steeds meer verhalen komen aan het licht over de werkomstandigheden in de magazijnen van Amazon. Het bedrijf, dat wederom geweldige vooruitgang heeft geboekt in 'customer service', blijkt zijn eigenlijke inpakkers en chauffeurs minimaal te betalen. De klant eerst, ten kost van de werknemers en burgers. Amazon bleek dit jaar namelijk ook steden tegen elkaar uit te spelen bij het kiezen van een nieuw hoofdkwartier. Kwestie van belastingvoordelen te krijgen. Praktijken die van Jeff Bezos de rijkste man ter wereld hebben gemaakt, maar niet de populairste. Dat strookt niet met het idee dat velen van ons hebben van IT. Technologie, als je het aan de optimisten vraagt, is er toch om de wereld te verbeteren. Om plastic, die we met eerdere technologische vooruitgang maakten, weer uit de oceaan te vissen, bijvoorbeeld. Om paperless te gaan zodat er minder bomen moeten worden gekapt. Om gemeenschappen te bouwen en de wereld dichter bij elkaar te brengen. Dat laatste is de mission statement van Facebook, trouwens. Die van Google draait rond het beschikbaar maken van informatie voor iedereen. Dat laatste bedrijf kwam dit jaar in de problemen met haar eigen werknemers. Ongetwijfeld een van die vervelende trekjes van millennials, maar mensen verwachten dat de bedrijven waarvoor ze werken zich aan hun eigen waarden houden. Lastig, dus, dat Google werkte aan een project om een gecensureerde zoekmachine te maken voor China. Het bedrijf moest eerder al, op vraag van medewerkers, een contract stopzetten met het Amerikaanse leger, waarbij het AI bouwde die eventueel later gebruikt zou kunnen worden voor het doden van mensen op afstand. Beide ongetwijfeld lucratieve contracten, die echter niet stroken met Google's mission statement, zelfs al die jaren nadat de bedrijfsslogan 'Don't be evil' werd afgevoerd. Want uiteindelijk is de wereld verbeteren niet de bestaansreden van Silicon Valley. De regio en zijn cultuur is gebouwd op venture capitalists. En hoewel er daar een paar activisten bij zijn, blijkt de meerderheid toch te bestaan uit rijke mannen die andere rijke mannen geld geven om hun idee uit te werken, in de hoop dat ze er nog rijker van worden. Wat op zich trouwens niet erg is. Dat wordt alleen een probleem wanneer zo'n idee groeit en uitdijt tot ver voorbij zijn eigen mogelijkheden. Er is namelijk een groot verschil tussen disruptie in de sapjessector, en lynchpartijen. Facebook is dan ook een fantastisch voorbeeld van alles wat er met dit systeem kan misgaan. De meeste functies van communicatieplatformen als Facebook, WhatsApp en Twitter werden bedacht in een Silicon Valley board room, waarin 'engagement' en vrije communicatie de orde van de dag uitmaken. Bij een publiek van hoogopgeleide westerlingen leidt dat tot memes en, als je de pech hebt een vrouw of niet-blanke te zijn, soms tot scheldpartijen. Zet datzelfde product in Indiase dorpjes, en bepaalde strekkingen blijken de massa-oproepen te gebruiken om de bevolking op te stoken tot moord. Nooit de bedoeling geweest, nooit aan gedacht, nooit rekening mee gehouden. We kunnen het deze bedrijven ook niet echt verwijten dat het gebeurd is. Wat je hen wel kan verwijten, is hoe ze op deze problemen reageren. Facebook is sinds de presidentsverkiezingen in de VS aan een mea culpa-toernee bezig die, zo blijkt steeds opnieuw, voornamelijk een PR-verhaal is. Het bedrijf klopt zich op de borst dat het verbeteringen aanbrengt, maar liegt ondertussen tegen journalisten en lijkt, vandaag weer, vooral een vage gooi te doen naar iets van moderering, zonder daar echt veel geld of expertise tegenaan te gooien. Op de typische Silicon Valley manier probeert het complexe situaties, zoals pakweg de nationalistische stromingen in de Balkan, te herleiden tot een simpel algoritme, ja-nee, toegelaten of niet. Los van context. Al zijn beloften ten spijt, gaat inmenging en propaganda dus een probleem blijven, opnieuw en opnieuw, want Facebook en Twitter hebben de oplossing gewoon niet. Als we het voorbije jaar iets geleerd hebben, dan is het wel dat deze platformen de wereld hebben veroverd, maar duidelijk niet klaar zijn voor de verantwoordelijkheid die daarbij hoort. Facebook, en Google, en alle anderen, dansen dan ook op een slappe koord tussen hun eigen waarden en de waarden van hun investeerders, die constante groei eisen. Google is gebouwd rond het verstrekken van vrije informatie, maar China is een groeimarkt die groot genoeg is dat een beetje te omzeilen. En in landen als India en Myanmar is het belangrijker om snel te groeien, dan om trager te gaan en minder potten te breken. Move fast and break things? In 2019 gaan ze ongetwijfeld beter doen. Zo vertelt men ons toch.